• Online Afspraken
  • Homepage
  • Specialisaties
  • Raadplegingen
  • Wie zijn wij
  • Contact
  • Homepage
  • Behandelingen
  • Raadplegingen
  • Wie zijn wij
  • Contact

Contact

Praktijk Haacht Hansbrugweg 11
3150 Haacht
016/ 609424 (niet op woensdag)
  • Online Afspraken

Knieprothese

Anatomie

Lees meer Open Sluiten
  • Het kniegewricht wordt gevormd door het bovenbeen (femur), het onderbeen (tibia) en de knieschijf (patella). In de directe omgeving bevindt zich ook het kuitbeen (fibula) dat geen direct deel uitmaakt van het gewricht maar wel dienst doet als ankerpunt voor de buitenste gewrichtsband ( lateraal collateraal ligament).

    Net als bij andere gewrichten zijn ook de beenderen van het kniegewricht bedekt met kraakbeen. Dat kraakbeen is ongeveer 4mm dik en bestaat voor 90% uit water. Het geeft aan het gewricht zijn veerkracht en zorgt er voor dat de beenderen quasi zonder weerstand ten op zichte van elkaar kunnen bewegen.

    Het gewricht wordt omhuld door een soort van zak (kapsel) dat aan zijn binnenzijde afgelijnd is door een slijmvlies (synovium) dat zorgt voor de productie van het gewrichtsvocht.

  • Omdat het boven- en onderbeen in staande houding niet perfect op elkaar passen heeft men nood aan goed functionerende menisci of schokdempers. In de knie heeft men een binnenste (mediale) en een buitenste (laterale) meniscus. Deze zijn beiden van kapitaal belang voor een goede drukverdeling en dus ook voor het beschermen van het kraakbeen.

    Voor de stabiliteit van de knie zorgen de volgende strukturen:

    • De voorste en achterste kruisband. Deze bevinden zich centraal in de knie en zorgen ervoor dat het onderbeen niet naar voor (voorste kruisband) of naar achter (achterste kruisband) kan verschuiven.
    • De binnenste gewrichtsband (mediaal collateraal ligament) en de buitenste gewrichtsband (lateraal collateraal ligament) bevinden zich resp. aan de binnen- en buitenkant van de knie en geven zijdelingse stabiliteit.
    • De menisci dragen ook bij aan de stabiliteit van de knie.

Pathologie

Lees meer Open Sluiten
  • Artrose van de knie (gonartrose) is de voornaamste reden waarom patiënten dermate geïnvalideerd zijn door hun knie dat normaal functioneren niet meer mogelijk is.

  • Dit is een aandoening gekenmerkt door het progressief verdunnen en uiteindelijk verdwijnen van het gewrichtskraakbeen. Naast het verdunnen van het kraakbeen en de hier uit voortvloeiende gewrichtsspleetvernauwing ontstaan ook vaak beenderige aanwassen (osteofyten) aan de rand van het gewricht zowel op niveau van het bovenbeen, het onderbeen als de knieschijf. Soms ontstaan ook holtes in het bot, de zogenaamde cysten die gevuld zijn met een gelatineuze substantie en die soms vrij groot kunnen worden. Al deze afwijkingen zorgen er voor dat mensen met knieartrose progressief meer pijn krijgen, vaak startpijn, soms nachtelijke pijn. Het geeft ook aanleiding tot een progressieve verstijving van de knie waardoor men de knie niet meer volledig kan strekken en ook minder kan plooien.

  • De knie is ook vaak meer gezwollen en men bemerkt vaak een asafwijking van het been hetzij naar een O-, hetzij naar een X-stand.

    De oorzaak van artrose is vaak niet gekend alhoewel een aantal factoren kunnen voorbeschikken tot de ontwikkeling ervan mn familiale aanleg, extreme belasting hetzij fysiek hetzij door belangrijk overgewicht evenals een vroeger trauma zoals een vroegere voorste kruisbandscheur met een gecombineerde meniscusscheur of een slecht geheelde fractuur van het onderbeen met een beschadiging van het gewricht.

    Door al deze zaken wordt het progressief moeilijker om normaal de functioneren, treedt er een verlies aan kwaliteit van leven op en wordt het nodig om een behandeling in te stellen.

Behandeling

Lees meer Open Sluiten
  • Conservatief

    • Medicamenteus: Paracetamol, ontstekingsremmers type Ibuprofen
    • Infiltraties (inspuitingen)
      •  Cortisone-infiltratie
      • Infiltratie met Hyaluronzuur (gel)
      • Infiltratie met PRP (concentraat van bloedplaatjes gepreleveerd uit eigen bloed)

    Operatief

    De standaardbehandeling voor een gevorderde artrose van de knie met belangrijke subjectieve hinder bestaat uit het plaatsen van een knieprothese.

    Er bestaan 2 typen prothesen: De totale en de halve knieprothese.

    • De totale knieprothese vervangt al het kraakbeen op het boven- en onderbeen alsook een gedeelte van de knieschijf.
    • De halve knieprothese meestal een unicondylaire knieprothese genoemd wordt geplaatst wanneer alleen de binnenzijde of de buitenzijde van de knie moet vervangen worden.

Keuze van de prothese.

Lees meer Open Sluiten
  • Zowel bij de totale als bij de halve knieprothesen bestaan er nog veel verschillende types prothesen.

  • De keuze hangt af van de kwaliteit van het bot, de toestand van de gewrichtsbanden en vnl de leeftijd van de patiënt. Net zoals bij de heupprothesen bestaat er een register van alle prothesen zodat het mogelijk is te kiezen voor een prothese met goede referenties.

Samenstelling van de knieprothese

Lees meer Open Sluiten
  • Een prothese is samengesteld uit een metalen component op het boven- en onderbeen, de polyethyleen tussenlaag en een polyethyleencomponent op de knieschijf (dit laatste enkel igv een totale prothese).

De operatie

Lees meer Open Sluiten
  • Net voor het begin van de operatie krijgt de patiënt antibiotica toegediend via een infuus. Door de anaesthesist wordt in de voorbereidingsruimte met behulp van echografie een zenuwblock geplaatst. Dat betekent dat hij/zij een lokaal verdovend product inspuit in de buurt van een zenuw thv de lies zodat de patiënt de eerste uren (24u) veel minder pijn ervaart.

  • De operatie zelf die ongeveer 1,5 uur duurt gebeurt meestal onder volledige verdoving.

    Er wordt na het ontsmetten en steriel afdekken een incisie aan de voorkant van de knie gemaakt. De chirurg verwijderd met speciaal materiaal het overblijvende kraakbeen en een beperkt gedeelte van het onderliggende bot zodat een vorm wordt gecreëerd waarop de prothese perfect kan aansluiten.

    De verschillende componenten worden met botcement aan het bot verankerd.

    Een kunststof plaatje (polyethyleen) tussen de metalen onderdelen zorgt er voor dat de prothese soepel kan scharnieren.

Na de operatie

Lees meer Open Sluiten

Klachten na de operatie en complicaties

Lees meer Open Sluiten
  • Na de operatie kan een knie gedurende een langere tijd flink gezwollen zijn en een blauwe verkleuring vertonen die zelfs tot aan de kuit kan uitbreiden. Dit is absoluut niet abnormaal. De knie kan tot 6 maanden gezwollen zijn en behoudt in sommige gevallen altijd wat vocht.

    Hoe goed een knie na een prothese uiteindelijk kan plooien hangt ook af van de beweeglijkheid van voor de operatie.

    Een nieuwe knie geeft over het algemeen een lagere tevredenheid dan een nieuwe heup. Slechts 10% zegt dat de protheseknie aanvoelt als zijn eigen knie en bij 7% van de patienten blijft na 1 jaar nog last aanwezig.

  • Thrombose

    Dit is een bloedklonter in een ader van het been. Om dit te voorkomen krijgt men onmiddellijk na de ingreep bloedverdunnende medicatie en is het van groot belang om zo snel als mogelijk te starten met de mobilisatie. Van zodra men op de kamer is na de operatie is het al belangrijk om hiermee te starten door bijvoorbeeld regelmatig de beide voeten op en neer te bewegen.

  • Nabloeding en verlengde wondlekkage

    Ijsapplicatie, soms een punctie van de knie om wat bloed te evacueren kunnen nodig zijn. Zeer steriele wondverzorging is absoluut noodzakelijk igv verlengde wonddrainage.

    Infectie van de wonde of van de prothese (Oppervlakkige versus Diepe infectie)

    Om de kans op een infectie zo klein mogelijk te houden wordt er zeer steriel gewerkt in daarvoor speciaal uitgeruste operatiezalen. Men krijgt ook preventief antibiotica toegediend.

    Ondanks alle preventieve maatregelen kan zich toch een infectie voordoen dwz zeggen dat een bacterie zich genesteld heeft in de wonde of op de prothese. In dat geval starten we met antibiotica maar in het slechtste geval kan het leiden tot een heroperatie met verwisselen van bepaalde gedeelten van de prothese of zelfs van de volledige prothese.

    Ook laattijdige infecties, verschillende jaren na de ingreep kunnen zich voordoen. In dat geval is de prothese secundair besmet door een bacterie die op een of andere manier in de bloedbaan is terecht gekomen ( Bv tandabces, slecht verzorgde wonde ergens op het lichaam, blaasinfectie,…..).

    Verstijving van de knie

    In bepaalde gevallen slaagt men er ondanks intensieve kine niet in om de knie voldoende te plooien of volledig te strekken.

    In dat geval kan het nodig zijn om de knie onder narcose los te maken, onmiddellijk nadien gevolgd door intensieve kine.

    Loskomen van de knieprothese

    In bepaalde gevallen kunnen een of meerdere componenten van een prothese op middellange of lange termijn loskomen van het bot. Na het uitsluiten van een infectie als mogelijke oorzaak wordt een revisie van de prothese met daartoe speciaal ontworpen materiaal uitgevoerd.

    Normale verschijnselen

    Voosheid rondom het litteken. Deze zone zal in de maanden na de ingreep kleiner worden maar verdwijnt vaak niet volledig.

    Een klikkend geluid in de knie kan veroorzaakt worden door het tikken van de mechanische onderdelen van de prothese tegen elkaar.

Start-to-Move (S2M)

Een opname voor een heup-of knieprothese betekent voor vele patiënten een grote, onbekende en toch wel ingrijpende onderneming. Van de dienst Orthopedie zijn wij ons daar zeer goed van bewust en daarom streven wij ernaar om door middel van informatie en standardisatie de patiënten optimaal voor te bereiden op de ingreep en de daarop volgende revalidatie. Daarom hebben wij het ‘Start-to-Move’-concept opgestart. Dit houdt in feite een samenwerking in met alle betrokken diensten mn de Orthopedisten, de Anaesthesisten, de Fysische geneesheren, de Sociale dienst en de Huisarts. De bedoeling is om op een gestroomlijnde en gestandardiseerde manier de patiënt te informeren en klaar te maken voor de operatie en zelfs voor de revalidatie nadien. Een goed geïnformeerde patiënt weet wat er gaat gebeuren, is daardoor minder bang en kan als gevolg sneller en vlotter revalideren.

Informatiemap

Alle patiënten krijgen een patiëntenmap met hierin enkele vragenlijsten betreffende de algemene gezondheid, de sociale situatie en de eventuele medicatie die men inneemt. Er is ook een vragenlijst voor de huisarts en de vraag om de voorbereidende onderzoekingen zoals bloedname en electrocardiogram te regelen.

Infosessie

Alle patiënten die voor een heup- of knieprothese worden ingepland worden uitgenodigd op een informatievergadering waarop in begrijpelijke taal het verloop van de opname wordt uitgelegd. Hier wordt ook visueel getoond wat een heup-of knieprothese is, hoe die geplaatst wordt maar ook wat de mogelijke complicaties zijn.

Preoperatieve raadpleging bij anaesthesist en sociale dienst

Alle patiënten krijgen een afspraak om preoperatief gezien te worden door de anaesthesist. Hij/zij bespreekt de procedure van de narcose en gaat na of er eventueel nog bijkomende onderzoekingen moeten gebeuren. Mensen die overwegen om na hun opname elders te revalideren kunnen dat bespreken met de sociaal assistente. Deze kan ook zonodig bijkomend materiaal voor thuis regelen zoals een hospitaalbed of dergelijke mocht dit nodig zijn.

 

Infobrochures
  • Start to move – Knieprothese Download

  • Homepage
  • Wie zijn wij
  • Consultatieschema
  • FAQ
  • Afspraken
  • Specialisaties
    • Heuprevisie
    • Totale heupprothese
    • Knieprothese
    • Artroscopie van de knie
  • Patiënteninfo
    • Daghospitalisatie
    • Opname voor prothesechirurgie
  • Special
    • Juridische mededelingen
    • Daghospitalisatie
Contact Praktijk Haacht
Hansbrugweg 11
3150 Haacht
016/ 609424 (niet op woensdag)
  • Online Afspraken
Manage Consent
To provide the best experiences, we use technologies like cookies to store and/or access device information. Consenting to these technologies will allow us to process data such as browsing behavior or unique IDs on this site. Not consenting or withdrawing consent, may adversely affect certain features and functions.
Functional Always active
The technical storage or access is strictly necessary for the legitimate purpose of enabling the use of a specific service explicitly requested by the subscriber or user, or for the sole purpose of carrying out the transmission of a communication over an electronic communications network.
Preferences
The technical storage or access is necessary for the legitimate purpose of storing preferences that are not requested by the subscriber or user.
Statistics
The technical storage or access that is used exclusively for statistical purposes. The technical storage or access that is used exclusively for anonymous statistical purposes. Without a subpoena, voluntary compliance on the part of your Internet Service Provider, or additional records from a third party, information stored or retrieved for this purpose alone cannot usually be used to identify you.
Marketing
The technical storage or access is required to create user profiles to send advertising, or to track the user on a website or across several websites for similar marketing purposes.
Manage options Manage services Manage {vendor_count} vendors Read more about these purposes
View preferences
{title} {title} {title}